“European Union will disappear”

This is the opinion of British historian Norman Davies in an interview with NRC-Handelsblad (6-12-2011). The European Union will share the lot of disappeared Kingdoms and Empires like Etruria, Alt Clud, Carphatian-Ukraine, Prussia and the Habsburg Empire. And we just thinking that the EU would be the first territorial construction that would stand forever. Can a historian state a more obvious truth? And the choice of the time for uttering such reflections is just as little original. The comparison with the EU falls short if only because of the much longer time of duration of most disappeared Kingdoms and Empires. They were usually cobbled together by warlords or strong rulers from a smaller territorial unit. The EU is in many ways different from any territorial unit that has existed before. It is the first post-national polity in human history which means that it has a unique consensual base, born from reflection about a unprecedented disaster: two World Wars with almost 100 million casualties within (time) span of only a few decades!

These facts do not mean that the EU is not troubled by neo-nationalist impulses or incongruous policies like a common currency in a politically half-integrated union. The  point is that the history of European integration is one of shocks that have subsequently boosted integration. If the Second World War was the first shock, the second one was the reunification of Germany which alarmed France to such a degree that it insisted on a common currency. The third great shock appears to be the credit crisis that might have caused the dissolution of the EU if it had not created a greater anxiety among Euro-countries about going it alone. They take a loss of sovereignty as an inevitable side-effect of economic stability and ways will be certainly found to work around the democratic deficit by new forms of  influence. In spite of the neo-liberal context of current political decision-making, public opinion in most continental European countries assigns an important part in economic regulation to government. This makes it actually easier to also accept supranational economic regulation.  

There are all kinds of theories about the sustainability of  the European Union but the selection of the one or the other theory seems too often to depend on the national position of a writer. In the current Euro-crisis many observers from outside the EU (or the Euro area) may jump to the conclusion “I told you so”. However, we need more sophisticated views about re- and de-territorialisation than the simple observation that the nation-state is the end of history.

Gertjan Dijkink 9-12-2011

De NAVO: een ‘feel-good club’?

 

‘Onze aanwezigheid in Afghanistan zal nog decennia nodig zijn’ volgens de Britse ambassadeur in Afghanistan, Sir Sherard Cowper-Coles in een BBC radio-programma op woensdag 20 juni. Dat was een heel andere inschatting van de taak in Afghanistan dan politici en publiek in de betrokken NAVO landen maken. De speculaties in Nederland, na de dood van twee militairen, over het naderend einde van de missie geven al aan in welke richting de gedachten gaan. Andere NAVO leden staan niet te trappelen van ongeduld om materieel en manschappen in te zetten nu de taak in Afghanistan zwaarder blijkt dan gedacht. Het begint steeds duidelijker te worden wat de verborgen betekenis is van de NAVO voor veel lidstaten: een ‘feel-good’ club.

 

Eigenlijk is na de ondergang van de Sovjet Unie de NAVO voor Europeanen gewoon gebleven wat het was: een middel ter afschrikking van een vijand, met de nadruk op afschrikking. Inderdaad,  er werd in de jaren negentig echt gevochten, liefst vanuit de lucht, maar het ging om tegenstanders (zoals Serviërs) die eerder geďntimideerd moesten worden dan militair verslagen. Vanuit dezelfde gedachte stelde de NAVO zich beschikbaar voor ordehandhaving elders in de wereld. Het was een taak waarbij men alleen zwakke tegenstanders voor ogen had. Het scenario van een langdurige uitputtingsslag met een guerrillaleger is nooit serieus bestudeerd.

 

De voormalige Oostbloklanden sloten zich bij die visie aan, sterker nog ze hebben de NAVO heilig verklaard. De Estse minister van Buitenlandse Zaken Ilves zei in 1996 dat het NAVO lidmaatschap de waarden zou ‘verankeren die Estland lief zijn: vrede, vrijheid, democratie en welvaart’. De Bulgaarse president Stoyanov had het (1998) over een ‘keus voor de beschaving’. De voorbereidingen tot de toetreding gingen in Centraal Europa gepaard met tekenwedstrijden voor kinderen en rock concerten. De NAVO-top in Praag in 2002 werd door Havel een ‘vredesconferentie’ genoemd.  Het onderwerp militaire verdediging kwam nooit ter sprake (Kuus 2007)

 

Wie zich herinnert hoe de Taliban er niet voor terugdeinsde om historisch erfgoed te vernietigen en fatsoenlijk onderwijs te verbieden, kan een beschavingsmissie in Afghanistan verdedigen. Het probleem is alleen dat de diepere overtuiging achter een beschavingsmissie die mensenlevens en helikopters kost, ontbreekt in Europa. De Amerikanen hadden hun redenen om in Afghanistan oorlog te voeren en de NAVO bondgenoten moesten meedoen omdat de geloofwaardigheid van het bondgenootschap op het spel stond. Maar daaruit mogen we niet afleiden dat er een grote offerbereidheid bestaat uit besef van een dreigende ondergang van onze beschaving. De gedachte dat we daar terroristische aanvallen op ons grondgebied tegenhouden leeft evenmin in Europa.

 

In Nederland blijkt een realistische inschatting van de militaire opgaven in een crisisgebied steeds te wijken voor argumenten als ‘de humanitaire noodzaak’ of ‘onze verplichtingen jegens het bondgenootschap’. De les van Srebrenica dat humanitaire doeleinden juist door het negeren van de geopolitieke realiteit omslaan in hun tegendeel, is nog steeds niet geleerd. Er is niets tegen hooggestemde opvattingen van de taken van de NAVO maar het is dwaas om je daarbij geen beeld te vormen van de kosten. We mogen dan ook dankbaar zijn als een Britse ambassadeur in Afghanistan onze goede stemming komt bederven.

 

Merje Kuus, 2007, '""Love, peace and NATO": Imperial subject-making in Central Europe', Antipode 39(2) 269-290

 

Gertjan Dijkink 24-6-2007